Is er een verband? Parkinsondementie en Lewy Body dementie!

Parkinson en Dementie

PARKINSON EN DEMENTIE
+ tips hoe je omgaat met een persoon met dementie
informatie door FOTON, een van de erkende regionale expertisecentra voor dementie in Vlaanderen (meer info over FOTON zie www.dementievriendelijkbrugge.be en de andere centra: www.dementie.be).


Dementie is een vorm van blijvende, uitgebreide cognitieve stoornis in 1 of meerdere domeinen, en brengt de onafhankelijkheid van de persoon in gedrang, ook in een niet acute context van verwarring en is niet te verklaren door een andere mentale stoornis.

Dementieproblematiek vandaag:

- elke 20 j verdubbelt het aantal demente personen (35.6 miljoen wereldwijd).
- 3000 tot 11000 jongdementen vormen een belangrijke groep in de +- 165.000 personen in België.
-Iets meer vrouwen dan mannen en het risico stijgt met leeftijd, erfelijkheid en levenswijze.

Kenmerken van dementie:

Dementie kenmerkt zich door aandachtsproblemen (afgeleid worden, nieuwe informatie trager verwerken, moeilijker onthouden, trager denken).
Executieve functies worden moeilijker: beslissen, complexe meervoudige taken uitvoeren, zich aanpassen aan veranderingen, gebrek aan initiatief nemen, onaangepast gedrag.

Het geheugen gaat falen: men herhaalt zichzelf onnodig, nieuwe informatie wordt moeilijk onthouden, herinneringen gaan verloren d.w.z. aantasting van korte én lange termijn geheugen. Men verliest besef van tijd en plaats en herkent personen niet meer.



Taalproblemen: het juiste woord niet vinden, zinnen zonder inhoud uitspreken of iets blijven herhalen, zich behelpen met verwijs-woorden (dat dingske) en zinnen, niet meer begrijpen wat anderen zeggen.
Verlies van vaardigheden: waar dient een voorwerp voor? Het niet identificeren van geluiden, geuren, voorwerpen,..

Het niet meer aankunnen van complexe taken (bv. koken)
Het niet meer herkennen van de sociaal gebruikelijke omgangsvormen, geen rekening houden met anderen en hun wensen (verlies van fatsoen en decorum).
Dementie is ‘niet enkel vergeten’ en ontwikkelt zich vaak door een combinatie van erfelijke belasting en een aantal omgevingsfactoren.

Er bestaan heel wat verschillende vormen, waarvan Alzheimer de meest gekende vorm is (50 tot 60 %) en Parkinson en Lewy-bodydementie 10 tot 15 % van de dementerenden treft.
Bij +-25% van de Parkinsonpatiënten wordt Parkinson of Lewy-body dementie vastgesteld.


Parkinson dementie <----> Lewy-Body dementie                 
- Eerst bewegingsstoornis - Eerst cognitieve stoornissen     
- Later cognitieve stoornissen - Later bewegingsstoornissen     
- Eiwitophopingen eerst in hersenstam - Eiwitophopingen meteen in de 
   later in de hersenschors.    hersenschors.                         



Parkinsondementie:

- ontwikkelt zich langzaam
- met eerste verstoring van cognitie, beweging en gedrag
- motorische stoornissen van Parkinson komen eerst, geheugenproblemen komen later.

De symptomen bij de geheugenproblemen bij parkinsondementie zijn:
vertraagd denken en spreken, moeizaam informatie ophalen en problemen bij het abstract denken, problemen bij begrijpen en uiten van taal, verwardheid en heldere momenten wisselen af, hallucinaties en waanvoorstellingen, verstoord REM-slaapgedrag, angst en depressie.

Parkinsondementie ontstaat door het tekort aan dopamine met celverlies in de hersenstam én het vormen van Lewy-body eiwitconcentraties in hersenstam en hersenschors. Evenals Parkinson is dementie nog niet te genezen ( bij sommige patiënten zou Rivastigmine (Exelon) een afremmend effect hebben).


HOE OMGAAN MET DE DEMENTE PERSOON?

Benoem wat goed gaat i.p.v. wat fout gaat:

Niet confronteren met wat fout gaat, bij een discussie afstappen van de ja/nee situatie, en naar de gevoelens gaan die dit dragen. Afleiden en de oorzaak zoeken die aan de basis ligt. Voorbeeld: Een dame (77 j) wil naar haar moeder die reeds lang overleden is): De confrontatie (= je moeder is overleden) ontlokt in vele gevallen een felle reactie bij de persoon met dementie (want wij gaan in tegen hun innerlijke leefwereld). Door vragen te stellen over haar moeder (bv hoe komt het dat je naar moeder wilt, deden jullie veel samen, enz) gaan we mee in de belevingswereld van de persoon met dementie. Daarnaast is het belangrijk hun gevoelens (bv ik zie dat je bezorgd bent om je moeder) en de onderliggende behoefte (bv je wilt een goede dochter zijn) te erkennen en te benoemen. Pas dan kan je afleiden.


Stimuleer wat men wel kan!

Voorbeeld: eten maken gaat niet meer. Ipv te zeggen dat kan je niet, vragen of ze jou wil helpen, want ze kan veel beter aardappelen schillen.
Dit creëert een positief zelfbeeld. Zorg voor een rustgevende (herkenbare) omgeving waar men zich goed in voelt, zorg voor een vaste structuur door een vast dagritueel.

Zorg dat hij/zij je ziet, maak oogcontact zodat hij/zij beseft dat je hem/haar aanspreekt , sta op eenzelfde ooghoogte en spreek hem/haar aan op de manier waarop hij/zij gewend was (bv. mijnheer pastoor <-> Louis - de pastoor van vroeger sprak je nooit met zijn voornaam aan).

Ondersteun eventueel je woorden met gebaren, aanraken, spreek niet te snel, duidelijk en op de gepaste toon.(Het gevoel dat je geeft bij wat je zegt primeert vaak op wat je zegt).

Zeg wat er gaat gebeuren, kort voor dit gebeurt (bv. niet we gaan maandag binnen  14d naar de dokter, maar bv.de avond ervoor, want men moet bv. vroeger aangekleed zijn om weg te gaan en draagt misschien ook andere kledij).
Lichamelijk en zintuigelijk contact worden belangrijker dan woorden, … Al wat helpt de dementerende zich “goed te voelen” kan: muziek, aanraken, aaien, knuffelen, …

Verbale communicatie:

Behandel de persoon als een volwassene, zie voor jou wie en wat hij/zij was.
- gebruik geen kindertaal, betuttel niet, spreek niet luider/stiller dan nodig.
- praat niet over de persoon heen, betrek hem / haar in het gesprek en beslissingen.
- praat over waarmee hij bezig is, over hier en nu, over jezelf…
- praat NIET over het recente verleden, communiceer 1 boodschap per keer, vermijd meerkeuzevragen, schakel over van open naar gesloten vragen (i.p.v. een antwoord te doen formuleren, stel je dit zelf voor in een vraag waar ja of nee op geantwoord wordt).

Nonverbale communicatie :

Zorg dat hij/zij je ziet, maak oogcontact zodat hij/zij beseft dat je hem/haar aanspreekt , sta op eenzelfde ooghoogte en spreek hem/h aar aan op de manier waarop hij/zij gewend was (bv. mijnheer pastoor <-> Louis - de pastoor van vroeger sprak je nooit met zijn voornaam aan).

Ondersteun eventueel je woorden met gebaren, aanraken, spreek niet te snel, duidelijk en op de gepaste toon.(Het gevoel dat je geeft bij wat je zegt primeert vaak op wat je zegt).
Zeg wat er gaat gebeuren, kort voor dit gebeurt (bv. niet we gaan maandag binnen 14d naar de dokter, maar bv.de avond ervoor, want men moet bv. vroeger aangekleed zijn om weg te gaan en draagt misschien ook andere kledij).
Lichamelijk en zintuigelijk contact worden belangrijker dan woorden, … Al wat helpt de dementerende zich “goed te voelen” kan: muziek, aanraken, aaien, knuffelen, …

Webdesign by IDcreation 2013