Lettergrootte:

Het uitsluiten van andere aandoeningen

Aanverwante aandoeningen


Is een erfelijke aandoening die meestal optreedt na de leeftijd van 65 jaar, maar ook vanaf jongere leeftijd, en op latere leeftijd verergert. 

De aandoening wordt gekenmerkt door beven bij het uitvoeren van een handeling (<> rusttremor bij Parkinson). De tremor is in het algemeen asymmetrisch, vooral ter hoogte van de handen, maar soms ook het hoofd, de romp, de benen, of de stem. 

Deze aandoening kan ook samen voorkomen met Parkinson bij éénzelfde persoon. 

2. Primair parkinsonisme:
  • Ideopatische parkinsonisme (= momenteel nog geen bekende oorzaak) of Ziekte van Parkinson .
  • MSA is eveneens een neurodegeneratieve aandoening, d.w.z. een ziekte waarbij zenuwcellen langzaam afsterven. 
Bij MSA gebeurt dit niet alleen in de substantia nigra, maar ook in andere delen van de kleine hersenen (evenwicht en vooral coördinatie van bewegingen), ruggemerg, en autonome zenuwstelsel (regelt lichaamsfuncties waar we geen controle over hebben, bv. bloeddruk).

Symptomen (variëren sterk van patiënt tot patiënt):
- Spierstijfheid, bewegingsvertraging en zelden ook beven (vaak zowel linker als rechter lichaamshelft).
- Reageert minder goed (soms helemaal niet) op levodopa of andere dopaminerge medicamenten.
- Ataxie: evenwichts- en coördinatiestoornissen door aantasting van de kleine hersenen. Wijdbeense gang, onregelmatige staplengte of ‘dronkemansgang'), en verhoogd valrisico.
- Onduidelijke spraak + slikproblemen.

Autonome symptomen (door aantasting van het autonome zenuwstelsel):
- Bloeddrukval bij te snel recht komen (zelfs flauwvallen).
- Moeite om de urine op te houden (urinaire incontinentie) of om de blaas goed te ledigen (urinaire retentie).
- Incontinentie voor stoelgang.

Bij mannelijke patiënten is er vaak sterke vermindering van de sexuele potentie.

De intellectuele functies blijven bij MSA meestal goed bewaard.

Kinesitherapie en logopedie kunnen de gang, de spraak en het slikken soms gunstig beïnvloeden. Door verhoogde zout- en vochtinname of specifieke medicatie kan de bloeddruk zo nodig verhoogd worden.
  • Progressieve Supranucleaire Paralyse (PSP) of ziekte van Steele-Richardson-Olszewski:
Veel zeldzamer dan Parkinson, niet erfelijk.

Behandeling met levodopa of andere anti-parkinson geneesmiddelen heeft kortdurend en beperkt effect.

Gelijkaardige symptomen als ZvP, maar dan wel meestal vrij vroeg bilateraal symmetrisch, en stijfheid vooral thv de nek. Patiënt loopt niet voorovergebogen en heeft zelfs neiging om achterover te vallen.

Bijkomende typerende symptomen:

- De oogbewegingsstoornissen: een verticale blikparese (minder goed naar beneden, soms ook naar boven kunnen kijken). Later gaan ook de horizontale (links-rechts) oogbewegingen minder goed. Kunnen ook voorkomen: Ogen niet open krijgen (eyelid-opening apraxia) , ongecontroleerd oogknipperen (blefarospasmen), en droge geïrriteerde ogen door minder met de ogen knipperen.

- Cognitieve en gedragsstoornissen komen bij >50% van de PSP-patiënten reeds voor vanaf het eerste jaar van hun ziekte: vertraagd denkvermogen, moeite om opgeslagen informatie zelfstandig op te halen, vaak zijn ze impulsief en vertonen imitatiegedrag. Apathie is ook zeer kenmerkend en men moet het proberen te onderscheiden van depressieve symptomen, wat niet altijd even eenvoudig is.

Kinesitherapie, ergotherapie en psychologische begeleiding is bij PSP zeker aangewezen. Voor de gedrags- en stemmingsstoornissen kunnen Psychopharmaca nuttig zijn.

  • Dementie met Lewy lichaampjes(DLB): Komt voor bij patiënten met de Parkinson. Lewy lichaampjes zijn abnormale eiwitopstapelingen in de hersenschors. Hoe deze ontstaan, weet men nog niet.
Bij deze aandoening is het parkinsonisme meestal ondergeschikt, aan de mentale achteruitgang. Het is na Alzheimerdementie de meest voorkomende vorm van degeneratieve dementie.

Gevoeligheid voor bepaalde medicaties (neuroleptica).

De cognitieve disfunctie of mentale achteruitgang is vaak vroeg merkbaar <> Alzheimerdementie waar men vooral geheugenstoornissen als eerste ziet. Het geheugen wordt pas later een probleem.

Visuele hallucinaties zien we bij twee derde van deze patiënten. Ze kunnen het parkinsonisme voorafgaan.

Parkinsonsymptomen zoals traagheid, stijfheid van een lidmaat of gangstoornissen ziet men in 70 tot 90 % der gevallen. Dikwijls zijn ze bilateraal symmetrisch en minder uitgesproken aanwezig. Er kan ook beven zijn, doch minder frequent en minder opvallend.
Fluctuaties in alertheid vaak merkbaar in de beginfase.

Dikwijls hevige dromen in de Remslaap die soms erg beangstigend zijn. Hierbij kunnen patiënten zichzelf of hun bedpartner soms kwetsen bv. wanneer zij in hun droom de vlucht slaan of gaan vechten met een zogenaamde aanvaller. Patiënten zijn frequent dergelijke episodes vergeten. Dergelijke slaapstoornis wordt in 85 % der gevallen beschreven. Het komt bij Parkinson (15 % ) en multipele systeematrofie (MSA) (70 % ) minder voor. Daarnaast ziet men ook slapeloosheid, overmatige slaperigheid overdag, slaapapnoe, rusteloze benen.

Het herhaald vallen, bij een derde der patiënten, kan tot de eerste symptomen behoren. De valpartijen, soms zonder uitlokkende factoren, kunnen gerelateerd zijn aan parkinsonisme, aandachtsfluctuaties of orthostatische hypotensie (d.w.z. bloeddrukval bij houdingsverandering, bv. bij recht komen).

Soms worden ook andere tekenen van autonome disfunctie gezien zoals urinaire incontinentie of retentie, constipatie of impotentie.

Zowel visuele (zien), als auditieve (horen), als olfactore (ruiken) hallucinaties kunnen voorkomen.

De meeste patiënten kampen met depressie in de loop van hun ziektebeeld.

Recent werd aangetoond dat de symptomen van DLB goed kunnen reageren op een behandeling met cholinesteraseremmers, (cfr. Behandeling van Alzheimer dementie).

3. Secundair parkinsonsyndroom of (Symptomatische) parkinsonisme:

Aandoening met gelijkaardige symptomen als Parkinson, maar veroorzaakt door langdurig gebruik van bepaalde medicatie, intoxicatie, vasculaire afwijkingen.

Parkinsonisme veroorzaakt door medicatie:

Bij ongeveer 7% van de patiënten met parkinsonisme wordt deze veroorzaakt door gebruik van bepaalde medicamenten. Dezelfde medicatie kan ook een reeds vooraf bestaande Parkinsonisme verergeren.

Neuroleptica: Bijna alle kunnen parkinsonisme veroorzaken of verergeren. Ze worden vooral gebruikt in de psychiatrie voor behandeling van psychoses. Anderzijds hebben deze middelen hun weg gevonden ter behandeling van hallucinaties van verschillende origine. Daarenboven worden de sedatieve (=kalmerende) eigenschappen van deze medicamenten (vaak onterecht) gebruikt om de geagiteerde patiënt -zonder rekening te houden met de onderliggende oorzaak- te sederen. Hoewel er vaak gesteld wordt dat een deel van deze groep van de neuroleptica, met name de atypische neuroleptica, minder extra-piramidale bijwerkingen of parkinsonisme veroorzaken, leert de klinische ervaring ons dat ook deze producten niet vrijuit gaan. Daarenboven zijn er nog andere argumenten om het gebruik ervan te reserveren voor de absoluut noodzakelijke indicaties.

Anti-emetica (braakwerende middelen): Voornamelijk metoclopramide (Primperan®) en alizapride (Litican®) die gebruikt worden tegen brakerigheid, overgeven en misselijkheid worden in deze context best gemeden. Beide stoffen kunnen met name frequent aanleiding geven tot parkinsonisme. Indien er toch een anti-emeticum noodzakelijk is bij een patiënt met parkinsonisme kan best gebruik gemaakt worden van domperidone (Motilium®).
Andere: Aldomet®, Depakine®, Sibelium® ,...

Meestal is door medicatie veroorzaakt parkinsonisme omkeerbaar door het stopzetten van de medicatie.
Indien de medicatie noodzakelijk is voor behandeling van een bepaalde aandoening, kan een gelijkwaardig product soms helpen.
Uitzonderlijk dient de medicatie verder genomen worden, en is een symptomatische behandeling met bv. amantadine (Amantan®) of anticholinergica (bv. Tremblex®, Artane®, Akineton®, ...) noodzakelijk.

Parkinsonisme veroorzaakt door toxines:

Komt minder voor frequent dan parkinsonisme veroorzaakt door medicatie.
Het verband toxine - parkinsonisme is niet gemakkelijk duidelijk aantoonbaar + waarschijnlijk ook niet éénduidig (meerdere actoren).
Enkele bewezen geachte toxines die aanleiding kunnen geven tot parkinsonisme:
koolstofmonoxide, cyanide, mangaan en MPTP (organische verbinding).

Vasculair parkinsonisme / Multi-infarct parkinsonisme:

Hier is het parkinsonisme toe te schrijven aan stoornissen van de hersendoorbloeding. Op CT-scan of MRI van de hersenen: vele kleine en soms wat grotere herseninfarcten.

Kenmerken: bradykinesie (vertraging bewegingen), korte stapjes, rusttremor, spierstijfheid of problemen met het evenwicht, waardoor de kans op vallen toeneemt...

Onderscheid met Ziekte van Parkinson: later optreden van symptomen, minder respons op anti-Parkinson medicatie (zoals levodopa), sneller optreden van loopstoornissen, spraak-en slikstoornissen, normale reuk.

De prognose is meestal minder goed i.v.g. met Ziekte van Parkinson: vaak mentale stoornissen.

Indien alleen t.h.v. benen (kleine pasjes, blokkeren, evenwicht): Lower body / Lower half parkinsonisme.

Indien t.g.v. kleinere hersentrauma’s: Posttraumatische Parkinson (komt vaak voor bij boksers, bv.. Mohammed Ali).


Webdesign by IDcreation 2013