Hoe evolueert de ziekte en waaraan kan je merken dat je de ziekte misschien hebt?

Stadia en Symptomen

Stadia:

De Ziekte van Parkinson begint vermoedelijk 5 tot 10 jaar voor de eerste symptomen zichtbaar/merkbaar zijn (pré-symptomatische fase). 

Voor het indelen van de aandoening gebruikt men vaak de schaal van Hoehn en Yahr (1967), met volgende stadia:

I: Verschijnselen aan één kant van het lichaam.

II: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, er zijn geen evenwichtsstoornissen.

III: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen, de patiënt kan nog zelfstandig functioneren.

IV: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen, de patiënt heeft dagelijks hulp nodig.

V: Ernstig geïnvalideerde toestand, patiënt is aan tafel en bed gebonden, en heeft verpleegkundige zorg nodig.


Symptomen:

Algemeen:

Iedere parkinsonpatiënt heeft een uniek klachtenpatroon. 

De symptomen die hier vermeld staan komen dus niet bij iedereen voor, en de symptomen kunnen tijdens het ziekteverloop ook veranderen onder invloed van gebruikte medicatie, behandeling,...

Statistieken hebben niet kunnen aantonen dat personen met Parkinson vroeger zouden overlijden omwille van hun aandoening. 

Het maatschappelijk beeld van de oude bevende man is onjuist: Bijna evenveel vrouwen als mannen krijgen de aandoening, er zijn ook jongeren. Beven is bij sommigen afwezig.

Vroege symptomen:

Doordat er in de beginfase minder verschillende symptomen zijn, en deze symptomen vaak ook bij andere aandoeningen passen, wordt de diagnose dikwijls pas laat gesteld.

Bij een deel van de patiënten kan er in de voorgeschiedenis één of meerdere symptomen voorkomen, zoals:
  • Constipatie.
  • Reukverlies.
  • Stemmingsstoornissen (bijvoorbeeld angst, depressie, apathie)
  • Slaapstoornissen 
  • Restless legs (een onbedwingbare behoefte de benen te bewegen, voornamelijk optredend in rust).
Opvallende motorische symptomen:
  • Beven (tremor) in rust, die toeneemt onder invloed van emotie, en vrijwel verdwijnt bij gerichte activiteit. Kan in begin heel beperkt tot zelfs afwezig zijn (ongeveer 30% van de patiënten vertonen geen tremor). Vaak asymmetrisch of zelfs enkel aan één lichaamshelft. 
  • Stijfheid (tandrad) rigiditeit. 
  • Vertraagde bewegingen (bradykinesie) en bewegingsarmoede. 
  • Dyskinesie: ongewenste bewegingen. 
  • Maskergezicht: uitdrukkingsloos gelaat en verstarde blik. 
Minder gekende motorische symptomen:
  • Lopen met kleine pasjes, moeite om voet(en) voldoende hoog te heffen.
  • Verminderde of afwezige armzwaai (begint meestal éénzijdig) en voorovergebogen romp. 
  • Eentonige en zwakke stem en/of heesheid.
  • Problemen met fijne bewegingen: knopjes hemd, schoenveters,...
  • Plotse blokkering  (bijvoorbeeld voor deuropening, lift, marktplein,...)
  • Plotseling sneller stappen met daardoor neiging om te vallen, dit wordt propulsie genoemd.
  • Spierpijnen.
  • Klein, onleesbaar geschrift.
  • Dystonie of spierverkramping met dwangstand (vaak beperkt tot één lidmaat of één lichaamshelft).
Symptomen door stoornissen van het autonoom zenuwstelsel (= niet door onze wil gecontroleerd):
  • Oncontroleerbare drang tot urineren 's nachts (= nocturie), moeilijk kunnen urineren en urineretentie (blaas niet volledig kunnen ledigen).
  • Evenwicht :orthostatische hypotensie (draaierigheid bij rechtkomen).
  • Slikproblemen, speekselvloed of kwijlen, constipatie of moeilijke stoelgang.
  • Overmatig zweten.
  • Vermoeidheid, slaapstoornissen (zowel te weinig slapen, als ongewild in slaap vallen, komen voor).
  • Seksuele dysfunctie.
  • Cognitieve stoornissen: woordvindingsprobleem of moeite om het juiste woord te vinden.
Stemmingsstoornissen:
  • Apathie (lusteloosheid).
  • Depressie (zou bij 4 op 10 patiënten wel eens voorkomen).
  • Angst.
  • Dementie (verwardheid). 
  • Psychose.

Gedragsstoornissen:

  • Gokneiging.
  • Overmatig eten:  is vaak een (omkeerbare) nevenwerking van medicatie.
  • Hyperseksualiteit.
  • Moeite om te blijven zitten (acathisie).
Gevoelswaarnemings (sensorische) stoornissen:
  • Paresthesie (stoornis in de gevoelswaarneming waarbij, zonder dat er sprake is van prikkelingen, men toch kriebelingen, jeuk of tintelingen voelt). 
  • Onverklaarbare pijn.
Oftalmologische stoornissen: vernauwing van het gezichtsveld.

Terug stadia        Terug symptomen
Webdesign by IDcreation 2013